gepost door liesbet
|
Veel suiker in die spekken van tegenwoordig. · 25.03.07Alsof ze net wakker waren en ik roze spekskes in mijn haren had, kwamen ze keihard op mij afgerend. Gelukkig voor mij waren ze klein kinders instead of Britse Bulldogs, maar toch. Het tafereel speelde zich af op een verjaardagsfeestje van een nichtje, waarvoor ik mijn diensten had aangeboden. Eenmalig, laat dat duidelijk wezen. Het begon al bij het begin van het feestje, wanneer mijn nonkel alle kindermondjes vulde met een lolly, gewoon zodat ze eens de kans kregen om vijf minuutjes stil te wezen. Want jons toch. ‘Wá een goe idee maat!’ riep ik hem toe al met mijn vuist kloppend op mijn borstkas, maar het was te goed om waar te zijn en ik had beter kunnen weten; lolly’s fokken kinders op. Een rustig zitspelleke leek mij hier de enige oplossing, dus haalde ik het muziekpakketje boven. Weetwel, een cadeautje dat 15 keer ofzo is ingepakt met op elke inpaklaag de titel van een liedeken dat ze moeten zingen. En het wordt zo doorgegeven aan elkaar tot de muziek stopt, weetwel. Geniaal is dat. Saai as hell though. Dus vond ik het een must om de muziek te doen stoppen net op het moment dat het pakketje werd bepoteld door wel liefst vier plakkerige pollekes. Het is zowat de beste manier ooit om kinders aan te zetten tot discussie, hoewel de één 2 en de ander 1 spekske geven toch ook wel aardig in de buurt komt. Stiekem hoopte ik dat het cadeautje in het muziekpakketje een dozeke slaappillen betrof, maar dat kon niet, het was immers al vóór het begin van het feestje ingepakt, toen mijn nonkel de arme stakker nog niet wist hoe erg het wel niet kon zijn. Spekken it were, voor elke kilo dat ze wogen was er 1, misschien zelfs 2. Teveel moet je weten, en net toen ik bijna uit miserie dreigde mee te doen met de crowd stak mijn nonkel een DVD-reeks van Pfefferkoerner aka Peperbollen in mijn handen. Ik juichte waarbij ik bijna een kind van haar stoeleke sloeg, en met tranen in de ogen zag ik de kinders maar liefst 2 uur naar die kutafleveringen kijken, gekke gekke kinders. Die onschuld toch hé zeg. gepost door liesbet Klimaatwisselingen zijn smeerlapperij. · 19.03.07Ik zei het nog tegen mijn moeder terwijl ze haar beenhaar aan het epileren was, buiten op ‘t balkonneke. “Maar allez ma, het gaat nog een paar keer sneeuwen ze!” zei ik. Vrouwen epileren hun beenhaar doorgaans als het schoon weer wordt, waarna ze nieuwe bikini’s gaan kopen en sla, komkommer en cocktailsaus in huis halen. “Kom kom!” riep ze boven het epileergezoem mijn richting toe, en ik vroeg mij af of ze wel wist dat het officieel nog winter was. Ik vroeg het haar niet, ze zou emmets geaffronteerd zijn. Een dag later werd het nog mooier, en mijn rationele zelve brak. Het brak, in die zin dat ik al mijn zomerrokskes ging gaan halen in de zolder van mijn ouders, waarvan ik al eentje aantrok (een rozeke zeg!), en ik sandalen ging kopen. Hell, ik zette zelfs mijne was buiten om te drogen. Mijn hemel, wat kreeg ik er een kick van, het scheelde geen haar of ik ging gaan zwemmen in de Blaarmeersen. Met nieuwe bikini perhaps. En toen werd het maandag – die vervloekte maandagen toch altijd – en sneeuwde het. Tweemaal reeds. Waardoor ik met tegenzin mijn botten aantrok en ik mijn verse sandalen terug in hun schone zonnige doos stak. Kutdoos. [5] gepost door liesbet De moordwasmachine. · 2.03.07Mijn moeder zei het nog, ze zei ‘zorg dat dit geen reden is om niet meer af te komen hé Liesbet zeg!’ Waarom ze dat precies uit haar botten sloeg doelde simpelweg op het feit dat ze voor ons een wasmachine hadden gekocht. “Een eigen wasmachine zeg,” zei ik nog terwijl ik naar het ronde deurtje zat te staren. Ze fascineren mij, die wasmachines. En wat nog meer is, ik ben er bank van. Ze stralen zoveel properheid en strakheid uit dat ik mij als het ware ondermijnd voel in mijn eigen living. Het staat niet in de living maar ik voel zijn presence door de muren, ik voel het echt. Hij zou mij kunnen vermoorden met zijn buizen, echt waar. De vuile was stapelde zich zienderogen op en het baarde mij zorgen, want mensen gingen zich beginnen afvragen waarom ik de wasmachine niet gebruik. Ik dacht aan eventuele dinges die ik daarop kon antwoorden, maar ik kwam alleen op ‘ik euh, ik spaar gebruikte kouses om euh, een kunstwerk te maken, ja, een kunstwerk’, and we all know that’s kinda lame, now don’t we? Met angst in mijn hand en hart duwde ik de bezwete dinges door het ronde deurtje, en startte ik wasprogramma H: bonte was 40°. Met een half toegeknepen oog en mijzelf vasthoudend aan de strijkplank zag ik het water de machine binnensijpelen, en ik wandelde zachtjes de kamer uit, zodat hij, voor ‘t geval hij dat van plan was, in alle stilte en privacy kon ontploffen. Minuten gingen voorbij, tot ik de centrifuge zichzelf in gang hoorde zetten, eerst zachtjes en dan enorm hard, alsof er een vree lange vrachtwagen aan 60 per uur voorbij mijn livingdeur raasde. Hij kwam eraan, de wasmachine, en hij zou met zijn buizen de klink opendraaien en dan mijn nek breken, zoals ratelslangen soms doen. Met baseballbat in mijn handen opende ik de deur en ik zag niets, in de gang althans niet. De badkamer, aka het oord der verderf was nu slechts een deur van mij verwijderd. Met mijn laatste greintje moed piepte ik de badkamer binnen en op de plek waar zich voorheen de wasmachine bevond stond er niets meer. ‘Oh dear lord, warn the Elders!’ panikeerde ik, maar mijn ooghoeken werden beweging gewaar enkele tientallen decimeters verder. Dat is namelijk waar de wasmachine in kwestie stond verder te centrifugeren, millimeters per seconde vooruitgaand, richting wc. ‘Haha, sukkel, ik ben hier!’ zwaaide ik hem toe, maar ik smeerde hem toen hij opeens weer uithaalde met nog meer wraakzuchtige geluiden. Mijn moeder zegt dat ik aan de pootjes vanonder moet draaien tot hij waterpasrecht staat zodat hij niet meer kan weglopen. Maar ik denk niet dat het aan de pootjes ligt. Het ligt aan de wasmachine zelf, en ooit, ooit gaat hij mij te pakken krijgen en mij doden met zijn buizen. He really is. [17] gepost door liesbet Reservesleutels horen bij de voordeur, ja. · 14.02.07Ik had een klein katertje en hij krabte voelbaar de muizen vantussen mijn hersengolven. Normaliter zijn ze rustig, die muizen van mij, maar de dreigende nabijheid van zo’n smeerlapkater doet ze wel rondspringen van onrust, ja. Springen en krabben dus, leuk leuk not. Uurke op de tandjes bijten en dan kan er weer geruisloos naar het plafond gestaard worden, wijze vooruitzichten. Met die gedachte sleurde ik mijzelf en mijn trekrugzak de tram op, alwaar ik ontdekte dat ik mijn sleutels was vergeten. ‘Damn you Newton’ zei ik, want ik vergeet altijd de naam van dat pienter kereltje dat ooit gezegd had dat een ongeluk nooit alleen komt. Waaruit ik had kunnen concluderen dat ook de huisbazin niet thuis zou zijn om mij binnen te laten, ahja, maar mijn hersengolven waren te druk bezig met zich te verdedigen tegen al die beesten, typisch. Niet thuis was ze, dus. De dingen in mijn hoofd eisten een onmiddellijke energiebesparing op, maar dat impliceerde dat ik 3 uur op ‘t trottoir zou moeten zitten, en dat is net een tikkeltje te marginaal voor mijn gewone doen, dus belde ik ze op, die huisbazin van mij. Ze vertelde dat ze zich al jaren terug had voorbereid op zoiets, en terwijl ik reeds onder verschillende matjes aan ‘t tasten was voegde ze eraan toe ‘dat ze daarom haar beste vriendin ook een sleutel had gegeven’. ‘Maar ze woont echt niet ver!’ Ze had gelijk, ze woonde echt niet ver, maar verscheidene factoren zorgden ervoor dat de trip quite a pickle was. Ik kon natuurlijk mijn boodschapperij laten staan hebben bij de plaatselijke buurvrouw, maar ik moest boete doen, vond ik, moest uw sleutels maar niet vergeten zijn. Plus, ik ging toch al keer iets doen aan de conditie van mijn beenspieren. Maar dat was de eerste en de laatste keer, ze maat. Vanaf nu plak ik een reservesleutel aan het bankkaartje van mijn lief, dat is immers toch iets dat ik altijd meeheb, haha! "t Was maar een grapje ze!" zegt ze tegen haar lief. [8] gepost door liesbet Red Campo Santo! Deel III. · 30.01.07Ik zat op de tram, en op het zeteltje naast mij lag een briefje. Een briefje, dat mij aanmaande om op de Boekentoren te stemmen, in kader van de Monumentenstrijd, en ik werd een beetje furieus. Want zoals jullie (misschien niet) weten hou ik enorm van het mooie mooie Campo Santo kerkhof, toevalligerwijs de Monumentenstrijdvijand van de Boekentoren. Jullie zien mij afkomen, nietwaar. Ik weet het, ik heb al veel beroep gedaan op jullie, maar het is voor het goede doel. Jullie moeten mij helpen om Campo Santo naar de finale te stemmen voor de Monumentenstrijd, lieve lezers van mij. Ik ga geen Chocotoffs meer beloven, ik stuur dat toch nooit effectief op, maar beloon mij voor deze moedige eerlijkheid en help een beetje! De Boekentoren is ook lichtjes leuk, pas op, maar die hastn hebben al massa’s geld gekregen van de overheid, en de Boekentoren blijft sowieso, in tegenstelling tot Campo Santo, dat hoogstwaarschijnlijk (tegen alle moraal in) zal worden platgegooid, en daar word ik intens droevig van. Tenzij jullie samen met mij massaal stemmen, that is! Hierzo! En zie, het is de favoriet van Michiel Hendrickx!
En merci hé gasten. Merci hé. Hé gasten zeg! [8] gepost door liesbet Oud spul is coowl. · 23.01.07Mijn oude pépé is naar een home getrokken. Den arme mens kon nog amper zonder een zuurstoffles het vuil vanonder zijn teennagels scharten en dat, dat is het teken om mensen te beginnen betalen die daarvoor getraind zijn. ‘t Is een beetje zielig eigenlijk, het is net alsof hij op kot zit, maar wel zonder hoopjes vomit naast de voordeur, overal rolstoelen in de plaats van lege drankflessen en voor de rest van zijn leven. Het doet een beetje pijn om dat alles te zien gebeuren, maar het spuitje morfine in dit geval moeten toch wel de hopen goodies zijn die pépé nu for grabs achterlaat. Natuurlijk komen ik en mijn hebzuchtige handjes maar na zijn 12 kinders om te kunnen kiezen uit den overschot, maar dat is geen erg. Zijn twaalf kinders hebben namelijk een grondige haat jegens oud spul, en bovendien sta ik gekend als zijnde de oudspulverzamelaarster van de familie, zoals ge in iedere familie wel een dronkaard van de familie en een hoer van de familie hebt. ‘Aah Liesebet!’ riep mijn tante Linda mij verwelkomend toe, ‘moede geen schune voaze hebben voor op uine schouw?’ Ze hield een gifgroene gebarsten en weer aan elkaar geplakte vaas in de lucht, en ze had een glimlach op haar gezicht. Ik weet wel waarom ze glimlachen, die tantes van mij, ze denken dat ik te goedhartig ben om iets niet aan te nemen, omdat glimlachende tantes een van mijn zwaktes zijn. Maar ik was getraind, inmiddels, en ik weigerde (met moeite, het moet gezegd) het ding. Haar ogen sperden zich wijd open, en efkes dacht ik dat ik ze ‘abort mission, abort mission!’ zag roepen in haar linkerbloeszakje, maar het was slechts een illusie. Want ze bleven dingen in de lucht steken, mijn tantes. Straatlantaarns, tafelkleedjes, brildozen, ovenhandschoenen, the whole crapload. Maar ik hield mijn voet sterk en ik had slechts een spiegel, wijnglazen, soepborden, gewone borden, een aluminium kapstok, een lintmeter, zwarte plakband, witte plakband, lucifers, Rizla-bladjes van vroeger, een blikken dozeke, een houten dozeke, een oud zelfgebreeen kussen, koffietassen, een Leffe-glas, een Flóreffe-glas, keukenhanddoeken, gloeilampen, oude boeken, een lapke stof met bollekes en een verroest vingerhoedje mee! Ow, en oude seksboekskes van de jaren tachtig! Wees trots op mij en mijn dalende hebzucht, hé zeg! Hé zeg! [14] gepost door liesbet Achterflappen zijn smeerlapperij. · 18.12.06Hij stuurde mij een berichtje met daarin de vraag of ik om platte bonen wilde gaan voor vanavond. Dat wilde ik niet, want het regende en regen maakt mij lui, maar de daaropvolgende vraag stemde mij enigzins gelukkig en blaasde mij vol verse energie, want hij vroeg mij om voor hem naar de Fnac te gaan om een boek te kopen, eender welk boek (ofwel Cleaver van Tim Parks). ‘Auma God juij!’ repliceerde ik mijn GSM en door weer en wind nam ik de tram naar de Veldstraat. Al huppelend en mensen opzij duwend kwam ik terecht op de boekensectie, alwaar mijn logisch verstand zonder kloppen de deur kwam binnenvallen en daarbij keihard een lamp tegen de grond liet vallen. Ik schrok eventjes, en zag dat ik in geen enkel van mijn beide handen een Humo vasthad. Een Humo, dat wat boeken betreft zowat de laatste hoop is voor dode boekenwormen (het tegengestelde van gewone levende boekenwormen nvdr.) zoals ik. ‘Shiet’ zei ik stilletjes – ik weet namelijk niet of er gevloekt mag worden in de Fnac, en ik dacht aan marktonderzoek te doen bij de medewerkers van de Fnac. ‘Zeg meneer, ik zoek een cadeau voor een vriend van mij en ik weet niet welk boek ik moet kopen maar het moet wel een goed boek zijn!’ Daarbovenop glimlachte ik zoals ik nog nooit eerder geglimlacht had, waarop diezelfde glimlach als sneeuw voor de zon verdween toen hij vroeg ‘in wat voor genre die vriend van u zit?’ Ik wist dat niet, ik wist dat echt niet, dus mocht ik plan A: marktonderzoek al zachtjes doorstrepen. Plan B hield in dat ik het samenvattingstekstje van plan C boek ‘Cleaver’ vol overtuiging las, en dan op zoek ging naar iets dat er op lijkt. Een veilige oplossing, én onlui, want ik was niet voor plan C gegaan. ‘Over mijn lijk!’ had ik zelfs al richting plan C geroepen. Waar ik maar later aan gedacht had, was dat plan B ook inhield dat ik enorm veel achterflappen van boeken zou moeten lezen, om toch eentje te vinden dat gelijkenissen vertoonde. ‘Shiet’ fluisterde ik weer, en ik gaf logischerwijze op na de derde achterflap. Waarna ik Cleaver van Tim Parks uit de rekken trok en ik teleurgesteld in mezelf en boetedoenendgewijs te voet in de regen terug richting huis stapte. Ik verdiende die tram niet, ik verdiende hem echt niet. gepost door liesbet hahaha lacheeuh! · 9.12.06Mijn moeder op mijn broers trouwfeest gisteren :) Ik heb niets zitten photoshoppen en het was niet expres, twas slechts een kwestie van the right time, right place.
Sorry mama! * glimlacht liefjes * En nen dikke proficiat aan Kris en Lotje! [10] gepost door jessie Leeftijdschatting is smeerlapperij. · 4.12.06Hij had een oranje truitje aan dat ongetwijfeld uit de JBC-herfstcollectie van ‘97 kwam, en hij stapte mijn richting uit. ‘Auma Goood hij gaat mij in een plas duwen!’ denk ik meestal direct bij dat soort situaties, maar dit manneke leek er mij nog net iets te jong voor. “Hoelaat is’t?” vroeg hij mij zonder enige beleefde aanspreking, waardoor de massa ventjes in mijn hoofd hem al op het not-done-lijstje zette. Ik wees op een zo arrogant mogelijke manier naar de grote bushalteklok die zich in het midden van het groot bushalteplein bevond, en ik las het hem voor, je kan nooit weten dat hij effectiéf wou weten hoe laat het was en hij de klok niet kon lezen, omdat ze hem dat nooit geleerd hadden, of omdat ze hem geen bril wensten te kopen. Of dat hij zei tegen zijn moeder ‘neen ma, ik draag geen bril nee want dan ben ik niet stoer meer!’, want zo zag hij er wel uit. Zo met dat oranje truitje zo. Alsof de ventjes in zijn hoofd het hem verplichtten, opende hij zijn mond, alwaar een voorspelbare en keiharde te mijden ‘oewist?’ uit kwam. “Hemeltje,” zei ik hem luidop. “Kom, toe, ga wat verder met ui vriendje klappen.” Hij repliceerde glimlachend dat het zijn vriendje niet was, waarna mijn ogen zich bijna uit hun kassen rolden. Alsof dat gebaar in zijn leefwereld ‘je krijgt een tweede kans, jongeman!’ betekende, vroeg hij mij hoe oud ik wel niet was. “Hoe oud zij gij wel nie?” Al sinds mijn female klasgenootjes tetten begonnen te ontwikkelen en ik niet, meed ik die vraag enorm hard, maar ik vertik het om er een clichégewijze ‘het is onbeleefd om dat aan een vrouw te vragen’ uit te persen, waardoor ik uiteindelijk dan toch antwoordde met mijn actual leeftijd, zijnde 21. (Crowd goes wow.) Hij geloofde het niet, het oranje kereltje. Ik zou mijn paspoort bovengehaald hebben om mijzelf te bewijzen, zijnde het niet dat geen zichzelf respecterende 21-jarige dat nog doet, en instead probeerde ik hem een beetje arrogant aan te kijken, waarna hij uiteindelijk toch bij zijn vriendje (dat zijn vriendje eigenlijk niet was!699!!) ging staan. En toen liet ik mijn haar knippen en zag ik eruit als een 21-jarige jongen. Hell, het zullen dan toch tenminste meiskes zijn die naar mij gaan toestappen om te vragen hoe laat het is, woar! Of misschien ook niet. (n) [9] gepost door liesbet Mandarienpellekes aan de tramhalte. · 27.11.06Het zicht dat we krijgen als we door onze nieuwe vensters kijken is redelijk aspeciaal, want het is een gewone ordinaire tramhalte. De meeste mensen zouden zich daar niet veel van aantrekken, maar wij vinden dat geweldig, want dan kunnen we vanop een vogelperspectiefhoogte de trammensen observeren en dat is wijs, zeker als het regent. Want dan staan ze met 84 in een kotteke van 4 kubieke meter en kan er af en toe weleens een paraplu onaangekondigd openspringen, waarna de twee voorste mensen door de duw in de plassen tussen de kasseistenen belanden. Lachen! In het kader van Liesbetrubriek ‘wat doen mensen zoal aan tramhaltes’ keek mijn leaf deze keer eens neer op de trammensen van vandaag. Het gros van die gasten doet immers niet veel anders dan daar simpelweg te zitten en rond zich te staren, en zoiets geraak ik rap beu en ik heb ook wel andere dingen te doen, weette. ‘Zoetje, moet keer komen zien, zeg!’ riep hij mij toe vanaan het venster, en ik zag een meiske zitten die een mandarientje at. Op zich is daar niets verkeerds mee, maar dit meiske gooide haar pellekes gewoonweg naast haar op de grond, terwijl er op amper twee meter van haar en haar stomme blonde krullen zich een schone stadsvuilbak bevond. ‘Maar allez jons’ zuchtte ik verbouwereerd en ik was net van zins om haar te roepen dat ze haren boel moet opkuisen, toen mijn leaf mij tegenhield en wees naar het hoopje stenen dat naast de tramhalte lag, een hoopje stenen waarmee ze een redelijke hoeveelheid ruiten zou ingegooid kunnen hebben, and we wouldn’t want that to happen now, do we? We besproken de verschillende opties om de blonde mandarientrien op het goede pad te leiden, en we kwamen op het idee om een kordaat yet moreel aanvaardbaar briefje naar haar te gooien, met een wasknijper eraan, zodat het rekening houdend met de windrichting toch zijn bestemming zou bereiken. Ik dierf het vanzelfsprekend niet te gooien, waarna hij zich opofferde en ik mij in een subtiele positie ging zetten om haar reactie te kunnen observeren. Hij gooide, en het briefje met wasknijper kwam in het verste tramspoor terecht. Ze stelde zich recht en ik voelde mijn kuiten zich opspannen ten gevolge van de stress die bijkomstig is aan goede daden stellen. In plaats van naar de wasknijper te stappen, bleef ze gewoon staan, naast haar mandarienpellekes. ‘Maar allez stomme trunte!’ riep ik haar toe vanuit mijn secure plekje, waarna mijn kwaadwording overstemd werd door het alombekende geluid van een aankomende tram en een stervende wasknijper. Ze stapte in, de tram reed weg, en de pellekes bleven liggen. We hebben gewed over hoelang ze zouden blijven liggen. Ik zeg één dag, hij zegt twee dagen. Die gasten van Ivago komen toch veel, waar? [7] gepost door liesbet |
|||||||